De tocht van de olifant – Het Paleis

Kurt Van der Elst

ma 13/02/2012 - 09:22 *** José Saramago schreef een wonderlijk historisch verhaal over de reis van de Indische olifant Salamon dwars door Europa in de zestiende eeuw. Het Paleis maakt er een poëtisch fantasierijke voorstelling van, een voorstelling die even vermoeiend en plechtstatig als de reis zelf naar zijn bestemming stapt.

recensie theater de tocht van de olifant het paleis marc van eeghem sien eggers

In 1551 komt koning Dom João van Portugal op het idee om zijn neef Maximiliaan van Oostenrijk een bijzonder huwelijkscadeau te sturen: een Indische olifant. Het dier wordt op zijn tocht van Lissabon naar Wenen begeleid door zijn trouwe kornak Subhro (een mooi Nederlands woord voor “Indische olifantenbegeleider”), een Portugese militaire escorte en een karavaan met voldoende eten en drinken voor het dier. Tijdens die lange voetreis wordt de olifant de inzet van allerlei politieke, maatschappelijke, religieuze, filosofische en klein-menselijke manipulaties. Het beest is een mythische kolos die een spoor van herinnering trekt door een sterk veranderende zestiende eeuw. De veelgelaagde impact van het dier op zijn geschiedenis verwerkte José Saramago tot een ontroerende, poëtische vertelling die bijna smeekt om verwerkt te worden tot een theatervoorstelling.

De kracht van de verbeelding

De epische kracht van deze ontroerende vertelling had evengoed een sterke theatermonoloog kunnen opleveren. Bewerker en regisseur Stefan Perceval kiest voor twee vertellers: Marc Van Eeghem en Sien Eggers.  Zij vertellen het verhaal van de reis en kruipen in de huid van alle personages die het dier op zijn weg begeleiden en ontmoeten.

Perceval plaatst zijn twee acteurs-vertellers op een nagenoeg pikdonkere scène. En laat het allesverhullende zwart nu net de perfecte geleider van fantasie en theaterverbeelding zijn in deze voorstelling. De kleurrijke olifantenkaravaan bestaat alleen in het hoofd van de toeschouwer. Op geen enkele manier wordt een bepaald beeld van de theatermakers opgedrongen aan het publiek. Zo werkt de verbeelding op dezelfde manier als bij het lezen van de roman.

Centraal op scène staat een indrukwekkend eenvoudig decorstuk: een zware monoliet met gebogen vormen, in het glanzend zwart van een vleugelpiano. Dat decorstuk krijgt onder de juiste elementaire belichting de vormen van een olifant. Op een bepaald moment zie je de kleine treurige ogen van het dier, zijn slagtanden, zijn zwijgende tragische lijf. Of is het alleen maar de kracht van de verbeelding van de theaterkijker die het wint van nuchtere analyse.

De zwarte monoliet is een ode aan wat theater met verbeelding kan doen. Dat komt bovendien tot een apotheose wanneer op het eind van de voorstelling blijkt dat de muzikant die de live-piano muziek verzorgt (een perfecte glasheldere en emotioneel sterke pianocompositie van Jazztalent Jef Neve), onderdeel is van het decorstuk.

Verlangen naar de bestemming

Daarnaast maken Eggers en Van Eeghem gebruik van tientallen hoofddeksels op hoge poten met wielen die gestalte moeten geven aan de verschillende personages die het dier ontmoeten. Deze decorstukken schreeuwen veel te hard om beeldrijke aandacht. Bij mij wekt het alleen maar een beetje ergernis. Bovendien associeer ik die rollende decorstukken te vaak met koppensnellers, infusen in ziekenhuizen en bureaustoelen. Alleen de zwarte monoliet was voor mij genoeg geweest. Zeker omdat de twee acteurs er wel in slagen om de stoet van personages geloofwaardig te maken.

Marc Van Eeghem doet dat af en toe met dankbare dialectclichés, maar die werken wel. Ook Sien Eggers tapt af en toe uit haar gekende “personages met een hoek af”-repertoire, maar verveelt nooit. Eggers is zelfs ronduit ontroerend als de ietwat tragische en eenzame Catharina Van Oostenrijk, die een zeer unieke band had met de olifant en, zoals Saramago in zijn boek schrijft: “naar haar kamer rende en zich opsloot en de rest de van de dag bleef huilen”, toen ze vernam dat haar geliefde olifant gestorven was.

Dit is een sterke voorstelling, die het moet hebben van zijn poëtische kracht en theatrale verbeelding. En toch trad er bij mij als kijker na goed driekwart voorstelling een moment van verveling in. Een hunker naar het einde, naar het applaus. Later onderweg naar huis kwam ik tot de vaststelling dat dit gevoel eigen is aan lange reizen. Eens je een groot stuk over halfweg bent, verlang je naar de bestemming, het einde. En als je dan aangekomen bent, heb je heimwee naar de reis die je gemaakt hebt en die net voorbij is. Misschien is dat het gevoel dat de olifant en zijn begeleiders, de acteurs en hun prestatie, het publiek met hun kijkervaring ook hadden. En heel misschien was dit wel de bedoeling.

Roeland de Trazegnies

['De tocht van de olifant'  (10+) - Het Paleis. Regie: Stefan Pereval. Met : Marc Van Eeghem en Sien Eggers. Nog t/m 29/4 in Het Paleis in Antwerpen. Tussendoor ook op tournee in Vlaanderen.]