"Oliver !" - de musical

ma 20/12/2010 - 10:55 Recensent Johan Thielemans kon de Vlaamse versie van de musical "Oliver" best wel smaken. Hij is vooral lovend over de prestatie van Peter Van Den Begin.

recensie opera & musical recensie podium johan thielemans musical oliver oliver twist charles dickens frank van laecke peter van den begin sepp hendrin fagin lionel bart musical van vlaanderen

Met de musical "Oliver Twist" hebben we te maken met een klassieker uit het genre. Hij ontstond vanuit het artistieke team van de Mermaid Theatre, een gezelschap onder leiding van Bernard Miles, met duidelijk linkse sympathieën. Ze waren bij de eersten om Brecht in Engeland op te voeren en specialiseerden zich ook in musicals. Het ligt dan in de lijn dat ze naar een geëngageerde schrijver als Charles Dickens teruggrepen. Lionel Bart, iemand met communistische sympathieën, schreef de tekst en de muziek. Ook hier kan je de link met Brecht maken. De hele toestand rond de geörganiseerde misdaad - de zakkenrollersbende rond Fagin – deed denken aan de onderwereld van Brechts Dreigroschenoper. Beide verhalen spelen zich trouwens in Londen af.

Bart heeft het verhaal ingekort en een stuk geschreven dat heel organisch stillere momenten met uitgelaten groepsacties afwisselt. Op het ritme van de bewerking valt er niets aan te merken. Zijn muziek sluit aan bij het Engelse variététheater en op een folkidioom (met een citaat van de streetcries van Londen). Hij schreef zeer meeslepende melodieën, ook ideale theatermuziek, en is een voorbeeld van een musicalidioom dat voorafgaat aan de muzikaal mindere opussen van Loyd Webber.

"Oliver!" werd verfilmd door Carol Reed. Later werd hij weer op het programma gezet door de musicalondernemer Cameron Mackintosh – hét voorbeeld voor de Nederlandse Joop van den Ende. De aanpak bleef trouw aan de geest van die allereerste opvoering, maar werd met meer middelen gemaakt. Nog sporen van de esthetiek van de Mermaid Theatre vind je terug in de décors. Er zijn veel houten balken – oorsponkelijk een verwijzing naar de Brechtstijl van Bernard Miles. Een spel met toneeltrekken zorgt voor een zeer soepele vertoning, met overgangen die aan het geheel een cinematografisch cachet verlenen. Zodat je hier terecht moet opmerken : dit is toneel in de Engelse stijl zoals die in de jaren zestig beoefend werd.

We weten dat Mackintosh zijn voorstellingen in de hele wereld verkoopt, en er op toeziet dat alle versies aan zijn kwaliteitseisen voldoen. Dat is natuurlijk ook gebeurd voor deze Vlaamse versie van Musical van Vlaanderen . De regie is in de handen van Frank Van Laecke, de choreografie wordt geleid door Martin Michel. Het moet gezegd dat deze instudering voortreffelijk is. Muzikaal wordt de partituur door dirigent Steven Prengels met veel schwung uitgevoerd. De zangprestaties van de hele cast zijn ook uitstekend. Alleen vraag je je af waarom de geluidsversterking zo sterk de hoge noten priviligeert. Als Hilde Norga én hoge noten én volume inzet, dan klinkt het te scherp, wat de prestatie van de zangeres niet ten goede komt.

Musical heeft zingende en dansende acteurs nodig. Hier staan ze in overvloed op het toneel. De verschillende grote nummers – showstoppers, zoals dat in het jargon heet - zijn met panache uitgevoerd. De regie heeft oog voor het algemene beeld en voor kleine details, de choreograaf zorgt voor een meeslepende energie. De school, een straattafereel, een kroegscène, ze zijn allemaal prachtig geregeld.

Maar dan zijn er de uitdagingen van dit stuk. Lionel Bart heeft een grote plaats ingeruimd aan kinderen. Je hebt de kinderen in het weeshuis (met de bekende song "Food Glorious Food"), maar ook de boefjes van Fagin of gewoon kinderen op straat. Hier moeten regisseur en assistenten zwaar uitpakken. Het resultaat is helemaal overtuigend en de prestatie van de kinderen is één van de redenen waarom deze voorstelling geslaagd is.

Vanzelfsprekend heb je ook voor Oliver een knaap nodig die én kan acteren én zingen. Muscial voor Vlaanderen heeft er drie gevonden. Ik zag Sepp Hendrin die zich uitstekend van zijn taak kweet. Je merkt ook wel de handigheid waarmee Lionel Bart het personage behandelt. Sterk acteren moet hij niet doen (en Sepp is nog een beetje houterig), maar hij moet wel goed kunnen zingen – iets wat in Engeland met zijn vele kinderkoren niet zo uitzonderlijk is. Maar deze Vlaamse jongen staat zijn mannetje.

Het verhaal van Dickens spreekt het sterkst tot de verbeelding met de figuur van de schurk Fagin. In Engeland heeft deze dief een mythische dimensie. Voor de musical heeft men steeds een bekende acteur of komiek gezocht, die er een heel persoonlijke invulling aan geeft. In het Vlaamse geval heeft artistiek directeur Geert Allaert Peter Van Den Begin kunnen strikken. Een gouden geschenk. Van Den Begin, met een krullenpruik en een flamboyant kostuum uit een vorige eeuw, grijpt zijn kans ten volle. De schaarse scènes waarin hij volledig op het voorplan treedt, zijn stuk voor stuk hoogtepunten van de avond. Hij gaat helemaal uit de bol, maar zoals dat bij geniaal komiek acteren het geval is, weet hij in al de uitzinnigheid maat te houden. Het is gecontroleerde waanzin. Elke scène is een aaneenschakeling van grappige invallen. Daarbij weet hij als geen ander het publiek erbij te betrekken. Als iemand te luid lacht, reageert hij daar ogenblikkelijk op, ad rem en intens geestig. Als hij zingt dat hij een vrouw wil, scheert zijn blik over het publiek op zoek naar een slachtoffer. Dit is puur acteergeluk. Je hebt slechts één wens: wanneer staat hij in een volgende productie weer op de planken, want met Peter Van Den Begin is theater een echt feest.

 

Johan Thielemans

[De musical "Oliver", regie Frank Van Laecke, met o.a. Peter Van Den Begin, Hilde Norga, Guust Vandenbussche, Sepp Hendrix en Timon Sohier, vanaf zondag 5 december in Capitole Gent en de Stadsschouwburg Antwerpen - klik hier voor alle speeldata]