Wunderbaum/De Veenfabriek: Flow my tears

Bowie Verschuuren
wo 04/04/2012 - 11:20 ** Hoe rijm je de muziek van de zestiende eeuwse componist John Dowland, met Indianen, een liefdesverhaal en een Nederlandse vlag? Niet zonder enige moeite, zo blijkt na het zien van ‘Flow my tears’, een theaterconcert met klasbakken Jeroen Willems en Marleen Scholten op de scène.

flow my tears wunderbaum de veenfabriek dowland

Hij draagt een trainingspak en een grote bos veren op zijn kop, zij een glitterpakje als een Las Vegas-achtige cowgirl. Ze zijn een koppel: hij een drinkebroer met delirium, gaat zij mee in zijn fantasie. Een teken van onvoorwaardelijke liefde: “Dit is mijn man, sommige zijn bang van hem, noemen hem een duivel, maar hij is een krijger.” De tragiek van hun relatie wordt gedragen door de melancholische liederen van Dowland - waar eerder ook al de voorstelling ‘Gif’ bij NTGent zo schoon gebruik van maakte – hier uitgevoerd door muzikanten van het Asko/Schönberg ensemble en De Veenfabriek. Ze dragen allen een Indianen-outfit, gaan mee in de waan. Enkel klavecimbelspeler Frans de Ruiter draagt een labojas en vertolkt de ‘nuchtere’ rol van de academicus die een doctoraat maakt waarin hij – zonder veel succes overigens – de link tussen de componist Dowland en de Ojibwe Indianen in Canada wil leggen.

Dowland was immers net als de Ojibwe, een nomade die zwierf doorheen Europa, aangezien hij een functie als luitist aan het Engelse hof misliep omdat hij in Frankrijk katholiek was geworden. Zo wordt ‘Flow my tears’ ook een vraag naar het willen meedraaien in een beschaving of kiezen – al dan niet vrijwillig – voor een geïsoleerd bestaan. Kunnen we en willen we nog wel geloven in de samenleving? Die vraag neemt de Veenfabriek als Leitmotiv voor haar voorstellingen dit seizoen. Niet voor niets prijkt de Nederlandse vlag als omen boven de scène van ‘Flow my tears’.

Weep no more sad fountains

De tekst van Annelies Verbeke, die eerder al voor Wunderbaum het gevoelige ‘Railgourmet’ schreef, levert ditmaal veeleer flarden op, een mikmak aan stukjes biografie van Dowland, een situering van de Ojibwe Indianen en enkele mooie liefdesbetuigingen (“Als jij danst maakt de lucht plaats voor je, ik kan haast geen ademhalen”). Het is op het eerste zicht een rommeltje, net als het decor overigens waar de houten wand te pas en te onpas (?) valt om inkijk te geven op de achterscène.

De zeggingskracht komt niet zozeer van de tekst, maar vooral van de beelden (de desolaatheid wanneer Willems alleen op het achtertoneel rondwaart) en de muziek. De niet klassiek geschoolde stemmen van Willems en Scholten schuren soms kantje boordje maar zorgen daardoor ook voor een breekbaarheid, een kwetsbaarheid die hun twee personages mooi inkleurt zoals in Dowlands ‘hit’ ‘Flow my tears’ (ooit nog door Sting gecoverd) of in ‘Weep no more sad fountains’ waarin Willems langzaam overgaat naar bezwerende Indianengezang. Hij slaagt waarin het eerder genoemde doctoraat faalt. Waarin bij uitbreiding de realiteit faalt. Sommige zaken verdragen geen nuchterheid.

Puzzelstukjes vallen met die gedachte langzaam ineen: net zoals de Ojibwe Indianen evenveel geloof hechten aan de droom als aan de realiteit, geldt dat ook voor dit koppel. Een geloof dat echter brutaal uiteengerukt wordt met een kinderwens. ‘Flow my tears’ is zo’n voorstelling die zich schuchter en slechts bij mondjesmaat bloot geeft. Ze houdt je daarmee als kijker op afstand, maar schiet je onverwachts ook een pijl in het hart. Met dank aan Dowland.

Liv Laveyne

[ "Flow my Tears" Wunderbaum/De Veelfabriek. Nog op tournee tot eind april in Nederland.]