“I'm not here to be polite”

© Robert Crumb
di 15/05/2012 - 13:47 **** In het Musée d'Art Moderne de la ville Paris loopt tot eind augustus een grote retrospectieve van Robert Crumb, de grootmeester van de underground en geestelijke vader van onder meer Fritz The Cat, Mr. Natural, Devil Girl, Shuman the Human en Bigfoot. Dat seksuele fantasieën en slechte LSD-trips aan de basis liggen van zijn artistieke uitspattingen, wordt meteen duidelijk. Wie daartegen opgewassen is, komt in een indrukwekkende expositie terecht.

robert crumb strip graphic novel underground musee d'art moderne de la ville paris parijs tentoonstelling expo

De moeder doet het met haar zoon, de vader met zijn dochter en de hond bespringt de baby. “The family that lays together, stays together!” luidt het opschrift.

Evenzeer de moeite is Crumbs verhaal over een hoerige holbewoonster. Pagina's lang neukt ze zich een weg doorheen de prehistorie, waar een van de harigste en tegelijk potentste Neanderthalers verdacht veel weg heeft van Crumb zelf. Een bijkomend argument om te beweren dat het wel degelijk om de grootmeester zelf gaat, is de grootte van diens geslacht. In ontelbare illustraties en cartoons schildert de stripauteur zichzelf af met een kingsize penis. Dat doet hij altijd bij zijn bekende figuren Snoid, Mr. Natural of zijn alter ego Fritz the Cat. De ene vertegenwoordigt de vunzigheid in Crumb, de andere houdt het op (semi-)spirituele en filosofische reflecties, nog een andere becommentarieert de wereld vanuit de anus van een welgevormde vrouw, waar dat figuurtje resideert.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wie dezer dagen de Crumb-expo in Parijs bezoekt, moet tegen een flink stootje kunnen, zijn lange tenen intrekken en vooral breeddenkend zijn. Tegenstanders zien Crumb immers als een beroepsprovocateur, terwijl voorstanders, zoals de curator van de Parijse expositie, hem eerder zou willen omschrijven als een satiricus.

Katholieke opvoeding

Robert Crumb, de bijna 70-jarige vader van de undergroundcultuur, heeft een aparte kijk op zijn werk. "Soms zie ik mezelf als een archeoloog, snuffelend in de obscure hoeken van onze cultuur", trachtte hij ooit zijn visie als stripauteur aan de man te brengen. "De cartoons in mijn hoofd zijn niet mooi, poëtisch of spiritueel. Je moet ze beschouwen als een verkeerd gestemde piano die niet meer stopgezet kan worden."

Voor iemand die beweert zoveel valse noten op zijn zang te hebben, is het parcours dat Crumb vanaf de jaren zestig doorliep, vrij vlekkeloos. Artistiek gezien, dan toch. Zijn persoonlijke leven is om te huilen, zoals uitmuntend voor de camera gebracht in de documentaire 'Crumb' van Terry Zwigoff. De film wordt vertoond aan het einde van de tentoonstelling.

Het begin van de expo toont hoe Crumb als puber inspiratie haalde uit Disney, superheldencomics en een satirisch tijdschrift als Mad. So far, so good. Maar vanaf zijn late tienertijd slaat hij op tilt. Eenmaal de twintig gepasseerd, ruimen die inspiratiebronnen plaats voor LSD en psychedelische muziek.

Het is dan dat Crumb de meeste van zijn beroemdste personages zal ontwerpen, inclusief Mr. Natural en Shuman the Human. De undergroundscène krijgt hiermee een ongeziene voorzet. De drugs in combinatie met de seksuele fantasieën van de auteur, inclusief de frustraties die hij gedurende zijn katholieke opvoeding heeft opgelopen, leveren steeds explicietere tekeningen op. De hippiebeweging staat erbij, kijkt ernaar en ziet dat het goed is.

Grote dijen, stevige borsten

Zijn evolutie op zowel mentaal als grafisch vlak is duidelijk te zien in Parijs, waar naast wulpse maar beschaafde vrouwtjes, vooral stadsdecors getoond worden. Vooral van Cleveland. "Cleveland is a beautifull city, I love Cleveland” kopt het opschrift boven één van de gedetailleerde sfeertekeningen, terwijl vlak daarnaast ook het Bulgaarse Sofia, met als onderschrift “communist party headquarters”, wordt geïllustreerd. Zijn authentieke stijl is dan nog volop in ontwikkeling en komt de bezoeker even later tegemoet.

In 1968 verkoopt de auteur zijn eigen blad Zap Comic in de groeiende hippiewijk Height Ashbury in San Francisco. Een klassieke tekening uit die periode in 'Hippy Hexing Teenage Girl to Horror of Her Parents' uit 1970 waarop een langharige hippie met grote bolle ogen een tienermeisje - maar uiteraard al voorzien van stevige borsten en dito benen - hypnotiseert, terwijl haar keurige ouders zich een beroerte schrikken. In 'Nuts boy', een strip uit 1969, slacht een tienerjongen een meisje af. 'It's only a comicbook so I can do what I want,' kopt de tekst in het laatste plaatje. Nog een slachting, maar dan eentje door dieren. In zijn bekende antropomorfische reeks 'Funny Animals' wordt een grote kip onthoofd door twee kleine knaagdieren. Dat die kip naast een typische kippekop de anatomie heeft van een vrouw - inclusief grote borsten, stevige dijen en groot gat - mag niet verbazen. Zijn vrouwtjes van papier zullen er nooit meer anders uitzien.

Racist

In de meer dan zevenhonderd originele strips en illustraties op deze retrospectieve is onafgebroken te zien hoe Crumb zijn gedachtekronkels, doemgedachten en fantasieën aan het papier toevertrouwt op zijn bekende manier: rauw, ongecensureerd, verstoken van elk fatsoen en beledigend. De goegemeente haalde en haalt er spontaan de neus voor op en bestempelde hem in het verleden als een racist, fascist of seksist. Het interesseert de Amerikaanse peetvader van de undergroundcultuur geen fluit. Of, zoals hij ooit argumenteerde: 'I'm not here to be polite!' Als Crumb met zijn werk al iets wil bereiken, dan is het de donkere hersenkronkels van de gemiddelde blanke Amerikaan in de jaren vijftig blootleggen.

Dat hij het provoceren ook op latere leeftijd niet heeft afgeleerd, bewijzen korte stripverhalen uit 1993 als 'When the Goddamn Niggers Take Over America!' en 'When the Goddamn Jews Take Over America!'. Aan zelfkritiek ontsnapt hij echter ook niet. In het hoofdstuk rond 'Self-Loathing Comics' voert de Amerikaanse auteur zichzelf op. Dan wordt hij aangevallen door vrouwen, terwijl hij op andere tekeningen als een kleine onderkruiper het forse dijbeen van een vrouw omhoogkruipt, geschokt in een spiegel naar zichzelf kijkt of zich tot God richt en plechtig belooft zijn ranzige fantasieën niet langer in strips onder te brengen. Even hard richt hij zich ook tegen zijn criticasters, zoals de feministen. In een paginastrip spreekt hij ze in eerste instantie beleefd en begrijpend aan, om ze in de laatste plaatjes verrot te schelden.

Muziek en God

In twee aparte hoofdstukken op deze expo is echter geen plaats voor schunnigheden. Ver weg van de grote boezems, racistische taal en pornografische prentjes wordt zijn liefde voor muziek geopenbaard. Zijn eigen muziek klinkt er door de boxen, terwijl zijn eigen platen worden getoond, alsook covers die hij in de loop der jaren tekende voor groepen die hem bevielen.

Opmerkelijk is zijn uitspraak op een bordje in die ruimte: “Voor mij is muziek één van de grootste pleziertjes, op dezelfde hoogte als seks. Meer zelfs dan kunst, moet ik zeggen. Het levert me veel meer direct plezier op.”

Ook zonder enige provocatie is 'Genesis', een dikke graphic novel die het bijbelverhaal in al zijn details toont. Alle originelen hangen er in drie rijen onder mekaar tegen de muur, terwijl zijn documentatiewerk - foto's uit bijbelfilms, foto's van dieren - onder vitrines geëtaleerd worden. De religieuze wereld hield zijn hart vast voor dat boek, maar omarmde het eenmaal het verschenen was, al kon niet iedereen de naakten met - wat had u gedacht?! - bijzonder grote boezems appreciëren. Het boek werd niettemin een wereldsucces.

Dat Crumb ondertussen al decennia’s getrouwd is, mag verbazen. Minder verrassend wordt het wanneer blijkt dat hij al zijn fantasieën en excentrieke hersenkronkels kon delen met zijn vrouw, Aline Kominsky, tevens artieste en striptekenares. Sterker: beiden werkten samen aan een strip over hun relatie, waarbij ze de ene keer mekaars bloed kunnen drinken en een andere keer opgaan in mekaars liefde. De expo in Musée d'Art Moderne de la ville Paris wijdt zijn laatste zaal aan dat werk, waarvan in september bij Oog & Blik/De Bezige een boek verschijnt met als titel 'Getekend leven'. Beiden tekenen hun visie over zichzelf en mekaar in hun eigen stijl.

Geert De Weyer

 

['Crumb, de l'underground à la Genèse' loopt nog tot 19 augustus in Musée d'Art Moderne de la ville Paris]