Ted van Lieshout (1955) is tekenaar en schrijver van liedjesteksten en sketches (onder andere voor ‘Sesamstraat’ en de ‘André van Duinshow’), en van poëzie en boeken voor de jeugd. In 1999 is de dichtbundel ‘Zeer kleine liefde’ verschenen. Daarin evoceerde hij de seksuele relatie van een kind met een pedofiele man. Dat autobiografische gegeven – tenminste wat hij zich daar nog van herinnerde - heeft Van Lieshout nu aangevuld en bijgewerkt tot een roman voor een volwassen publiek.
Geen aanklacht
'Mijn meneer' bestaat uit een reeks brieven aan een verweerd beeldje van Maria “volvangenade”, in een boomkapel bij het dorpsbos. Het is de zomer van 1966 en de kleine Ted woont met zijn moeder in een katholiek Brabants dorp in Nederland. Vader overleed het jaar voordien aan een hartaanval. Bij het kapelletje ontmoet de elfjarige Ted een aantrekkelijke en goed verzorgde man. Ted bezorgt brood aan de dorpelingen, dus ook aan de nieuwe bewoners: meneer Timmermans en zijn vrouw, die verpleegster is en dus vaak afwezig.
Op een dag wordt Ted uitgenodigd om naar het elektrische treincircuit in de garage van meneer te komen kijken. Al gauw bouwen zij samen aan een lego-kasteel. Ted tekent graag en goed, en “meneer” is grafisch tekenaar. Ted van Lieshout schetst met veel zin voor dosering en ritme en met psychologische fijngevoeligheid hoe deze man het jongetje inpakt en verleidt, zonder dwang of brutaliteit. Hij handelt met fijngevoeligheid en zeer voorzichtig maar uiteraard ook met de kennis, charme en doelgerichtheid van een volwassen man.
Charme en trots
Ted, vaderloos en met een moeder die een minnaar in huis mist, is gevleid door de aandacht. “Ik dacht: ik heb eindelijk een vriend en het is geen kind, maar een volwassene die mij heeft uitgekozen om zijn vriend te zijn. Ik voelde mijn oren gloeien en mijn tenen tintelen. Het was van trots, want anders weet ik niet waardoor het kwam.” Ongeveinsde aandacht en de gewiekste afwezigheid van superioriteit bij de volwassen man doen hun werk bij de kleine Ted. “Ik heb wel eens gedacht dat er misschien nooit iemand zal komen, die uit zichzelf om mij zal geven, zonder dat het moet omdat het familie is.” Hij is ook meer bevreesd voor de afwijzende reactie van volwassenen en in het bijzonder van de dode vader die hij vanachter een wolk ziet loeren, dan voor de groeiende intimiteiten van meneer. Die boezemen hem nauwelijks afkeer in. De kleine Ted beschouwt zichzelf als anders dan zijn ruwere vrienden die hij op een afstand houdt. De mannelijke anatomie wekt bij hem grotere nieuwsgierigheid dan de vrouwelijke. Tegen zijn moeder liegt hij over de afwezigheid van andere jongens in de garage.
“Ik vind het raar van mezelf om dat te willen”
“Mijn meneer” is het verhaal van de toenadering tussen een man en een kind. Elkaar naakt tekenen wordt steeds intiemer en uiteindelijk gebeurt wat dicht in de buurt van een aanranding komt. Maar echte dwang blijft zo goed als afwezig. Deze meneer is een verleider, geen verkrachter. En er is altijd de kleine weifelende Ted. “Ik wilde juist wel dat hij me aanraakte. Of eigenlijk moet ik zeggen: ik wilde niet dat ik het wilde, maar ik wilde het wel. En daar schaamde ik me voor. Omdat ik het raar vind van mezelf om dat te willen, denk ik.”
Meneer Timmermans wordt getekend, van buitenaf, als de verleider die in de greep raakt van zijn eigen verlangens en lusten. Als hij de jongen wijsmaakt dat er geen vuiltje aan de lucht is en het lot van Aïsha aanhaalt, de zevenjarige vrouw van de profeet Mohammed, ontmaskert hij zichzelf. Als Ted een andere jongen in de garage aan de treintafel ontdekt, begint hij te vermoeden dat het meneer niet om zijn unieke zelf, om de liefde te doen is, maar om aantrekkelijke kinderen. Dan breekt er iets. Maar, alsof dat nog moet gezegd, een Marc Dutroux is deze meneer zeker niet. En Ted van Lieshout laat zijn jongere ik de relatie afbreken voor er erger kan gebeuren.
Geloofwaardig en verzorgd
Ted van Lieshout schreef met zorg en aandacht een autobiografisch boek dat een ruimer publiek beoogt dan het literair geïnteresseerde. Toch is de psychologische opbouw geloofwaardig en verzorgd. Zonder meer. Een zin als “Al wat ik hoorde was het geluid dat de natuur maakte” klinkt vaag en onhandig. Dat de elfjarige Ted meneer al in 1966 op Robert Redford vindt gelijken, maakt van hem een goed geïnformeerde cinema freak, wat overigens niet blijkt uit het verhaal. Maar dit is geen smet op een roman die met moed en durf en met bewonderenswaardige psychologische inleving geschreven is.
Johan De Haes
['Mijn meneer' - Ted Van Lieshout. Uitgeverij Querido, 2012]