Over de vriend - Piet Joostens

do 23/02/2012 - 12:55 *** Heden ten dage blijft vriendschap vaak onbesproken, maar Piet Joostens maakt een literaire en filosofische reis langs het thema, van de Montaigne tot Bert en Ernie. Een gevarieerd en tot nadenken stemmend boek.

over de vriend piet joostens essay vriendschap michel de montaigne alain badiou aristoteles michel onfray gustave flaubert bert en ernie laurel en hardy adriaan venema

Beluister ook

Waarom zorgt spreken over “mijn vriend” of “mijn vriendin” vaak voor gêne of verwarring? Waarom doet gewagen van “een vriend van mij” dat juist niet? En waarom blijft de vriendschap nu grotendeels onbesproken, terwijl dat in antieke of romantische tijden helemaal niet het geval was. Voor essayist Piet Joostens (°1972) kan de angst voor homoseksualiteit of gewoon de vrees om al te dweperig over te komen niet de enige verklaring zijn. De moderne nadruk op werk en gezin zou wel met deze koudwatervrees of verwaarlozing te maken kunnen hebben.

Joostens schreef een essay “over de vriend” in “acht losse hoofdstukken zonder conclusie”. De talrijke, van commentaar voorziene voorbeelden uit de literatuur en de filosofie zijn, zo geeft hij zelf toe, vrij subjectief. Een sluitende definitie van de vriendschap krijgt de lezer niet, maar het spanningsveld waarin de vriendschap ontstaat, gedijt en kan verdwijnen, is ver van willekeurig. “Over de vriendschap” leert ons alvast een schrijver kennen met genoeg eruditie en gevoel voor nuance om ons meer dan oppervlakkig te kunnen boeien.

 

 

“O mes amis, il y a nul amy!”

Een van de bekendste en meest intrigerende vriendschappen koesterde de Franse schrijver Michel de Montaigne voor zijn jong gestorven tijdgenoot La Boétie. Montaigne was een vroeg-moderne scepticus en stoïcijn maar deze vriendschap veroorzaakte bij hem verrassend genoeg een vreemde passie. Hij beleefde wat je niet anders dan een coup de foudre kan noemen. En dat hoort nu juist bij de liefde, niet bij de vriendschap, die tijd nodig heeft, onbaatzuchtig moet zijn, niet exclusief is (“een vriend van mij” kan naast vele anderen bestaan) en wederzijds (je kan wel heimelijk en ongelukkig verliefd zijn, maar je kan geen vriend hebben die van je vriendschap geen weet heeft).

Vriendschap bestaat overigens niet voor de moderne wetgeving die alleen met familie- en liefdesbanden rekening houdt. De “staatsterrorist” Saint-Juste wou de vriendschap in zijn revolutionaire wetgeving erkennen en aanmoedigen, maar zijn voorstellen lijken nu eens gevaarlijk, dan weer belachelijk, en zeker onuitvoerbaar. Nog een verschil: de liefde is onrustig van aard en vraagt om voortdurende bevestiging, wat bij de vriendschap niet het geval is. Liefde laat zich gemakkelijker uitspreken en uitzingen. Bij vriendschap ligt dat moeilijk. Piet Joostens vertrekt van een fundamenteel verschil tussen liefde en vriendschap, maar duisterheden en overlappingen zijn niet uit te sluiten. De vriendschap houdt afstand van al te grote lichamelijkheid, maar kan haar niet altijd overstijgen.

 

De afstand in de vriendschap

Aristoteles is de oudste theoreticus in dit boek en, hoewel wat plechtig en stijf, toch nog altijd wijs en waardevol. De moderne epicurist Michel Onfray kan bij Joostens op minder begrip rekenen. Zijn vriendschapsideaal is hem te exclusief, te aristocratisch, te weinig sociaal en te weinig onbaatzuchtig. Alain Badiou, een marxistische tijdgenoot, hemelt de absolute liefde in deze gemakzuchtige en relativistische tijden op, en associeert de vriendschap dan weer met charmante terughoudendheid. Vriendschap is voorzichtig, intelligent, diffuus en gesocialiseerder dan de overrompelende en totalitaire liefde. Maar de mooiste definitie vond ik bij Maurice Blanchot die ook weer de nadruk op “afstand” legt en niet op het “communautaire ideaal”. Haar aantrekkingskracht schuilt in “de herkenning van de gemeenschappelijke vreemdheid, waardoor we niet over onze vrienden maar alleen mét onze vrienden kunnen praten.”µ

 

Zijn 'de dikke en de dunne' homo’s of vrienden?

Waar vond Piet Joostens de vriendschap beschreven of verbeeld? In “Het vonnis” van Kafka, bij de blanke Ismael en de “wilde” Quepeg in “Moby Dick", gekarikaturiseerd in Bouvard en Pécuchet (Flaubert) en grappig-menselijk bij de poppetjes Bert en Ernie. Dat komische duo herinnert me dan weer aan een boek van Adriaan Venema, waarin Laurel en Hardy de homoseksuele canon worden binnengehaald, omdat ze zo vaak in hun films – weliswaar in een kuis nachtkleed gehuld – samen het bed delen. Al te gek natuurlijk, maar zijn Stan en Ollie wel vrienden? Onafscheidelijk zeker, maar vrienden? Met al dat geweld?


Piet Joostens vraagt zich trouwens samen met Aristoteles af hoeveel vrienden je kan hebben. Een hedendaagse antropoloog hield het op concentrische cirkels van vriendschap met een maximum van honderdvijftig vrienden. Meer vrienden kunnen je geheugen, laat staan je affectieve vermogens niet aan. Vriendschap is niet exclusief maar een overtal aan vrienden laadt al sinds Cicero het odium van verwatering en oppervlakkigheid op zich.

Een modern fenomeen hiervan is de facebookvriend, die volgens Joostens aan andere noden dan de vriendschap tegemoet komt. Facebook riep wel het nieuwe woord “ontvrienden” in het leven. Een dubbel woord dat Piet Joostens mij heeft geleerd is het grappige fag hags: “vrouwen die intense vriendschappen met homomannen onderhouden omdat ze zich bij hen veiliger en beter begrepen voelen.”

 

 

Baas en hond

Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat “Over de vriend” (om over vriendinnen te schrijven voelde Piet Joostens zich grotendeels onbevoegd) een gevarieerd en tot nadenken stemmend boek is. Het stimuleert de lezer om eigen bedenkingen boven te halen. Piet Joostens rept bijvoorbeeld met geen woord over de criminele uiting van de vriendschap die “maffia” heet (of is dat dan weer een paramilitaire broederschap of uitgebreide familie?).
Een echte lacune vind ik de ontbrekende beschrijving of ontleding van de vriendschap in een langdurige relatie of een huwelijk, waarvan de vriendschap naast de seksualiteit het groeiende bindweefsel vormt. Hier komen vriendschap en seksualiteit dicht in elkaars buurt.


Toen ik halfweg in het essay van Piet Joostens was geraakt, bevond ik mij in een café in een Vlaamse provinciestad. Een onbekende man sprak mij met vochtige ogen aan om de lof te steken van zijn goed verzorgde labrador. Hij kon de hond niet missen. Je kon je de vriendschap van dat dier nauwelijks voorstellen. En hij gaf de hond een flinke zoen op zijn natte snuit. Ik verdacht de man geenszins van zoöfiele praktijken, maar wat was dit? Was dit vriendschap? Kon dit vriendschap zijn, bij voorbeeld in de geest van “Baas en hond” van Thomas Mann? Of miste dit alles de noodzakelijke gelijkwaardigheid? Moeten we onze definities nog wat rekken of beter afstellen? Laten we maar beginnen met dit aardige boek van Piet Joostens te lezen.

 

 

Johan De Haes

['Over de vriend' -  Piet Joostens. De Bezige Bij, 2012]




Boekenblogs

de Reactor
The London Review of Books
The Guardian boeken
Vertel Eens
Villa Kakelbont

Literatuur agenda

cobra.be on Facebook