Het kind in het rood in de zwart-wit film Schindler’s List staat ons nog allemaal voor ogen. Er is ook die bekende foto van een kindergezicht dat tussen de opengeschoven deuren van zo’n beestenwagon naar buiten kijkt. Pas na lang onderzoek hebben Nederlandse journalisten en documentairemakers ontdekt dat het geen joods meisje was, maar een Roma, een zigeunerkindje: Settela Steinbach.
“Alle kinderen hadden een naam, maar die raakten ze langzaam maar zeker kwijt”, schrijven Guus Luyters en Aline Pennewaard. Als een gezin onderdook, vluchtte, opgepakt en op de trein gezet werd, verdwenen kinderen in het gewoel. Dit boek van duizend bladzijden wil hen hun identiteit teruggeven, met naam en toenaam. Een foto als het kan, een geboortedatum, een vermoedelijke sterfdatum, een transportnummer. Guus Luyters en Aline Pennewaard stappen daarmee in de voetsporen van Serge Klarsfeld in Frankrijk, die in 1995 een soortgelijk boek samenstelde.
Naam = identiteit
Volgens de informatie van Luyters en Pennewaard werden tussen ’42 en ’44 19.048 kinderen uit Nederland gedeporteerd. Het merendeel werd op transport gezet naar Auschwitz , via het Westerbork-kamp. Er waren maar liefst 67 van die konvooien, telkens met vele honderden mensen aan boord. Een kleinere groep had Sobibor of Theresienstadt als eindbestemming; één konvooi, in mei ’44 voerde een paar honderd Roma- en Sinti- (bij ons zeggen we Manouche-) kinderen naar hun gewisse dood.
Bijna uitgeroeid
Van die bijna 20.000 kinderen overleefden er 127, een ontstellend cijfer. In de kampen maakten ze gaan enkele kans, van de trein ging het linea recta naar de gaskamer. Zeker in Sobibor. In Auschwitz waren enkele overlevenden tussen 16 en 18 jaar oud.
Luyters gaat chronologisch te werk, transport per transport. Telkens gaan de ijzingwekkend koude lijsten met namen en data gepaard met –waar mogelijk- getuigenissen van volwassen overlevenden.
Over de bladzijden met alles samen 3000 foto’s kan een mens uren gebogen zitten. Allemaal baby’s, peuters, kleuters, lagereschoolkinderen die maar enkele jaren mochten leven. Het zijn schoolfoto’s, familiekiekjes, meisjes met reusachtige strikken in hun haar, blote billetjes op schapenvacht. Er dook trouwens een wrange mode op in de oorlogsjaren. Toen de razzia’s eenmaal begonnen waren, lieten joodse families nog snel-snel mooie afscheidsfoto’s maken van wie er nog was…
Eén leven in detail
Nadat Guus Luyters zich maandenlang in het lot van die vrijwel anonieme kinderen had verdiept was hij “benieuwd wat we over een gewoon kind te weten kunnen komen”. Hij zocht en vond één en ander over Sientje Abram, maar de resultaten waren mager.
Sientje werd in 1931 geboren in Amsterdam, als dochter van een schoenmaker, die later doodgraver werd. Ze is wellicht op 3 of 4 september ’42 uit haar huis gehaald en op 5 september op transport gesteld. In Kosel, 80 kilometer voor Auschwitz, werden twee van haar broers uit de trein gehaald om dwangarbeid te verrichten. Op 8 of 9 september kwam ze met haar ouders en nog één broer aan in Birkenau, waar ze vrijwel onmiddellijk moeten zijn vergast. Haar naam staat op een getypte lijst van een Duitse firma die de overheid informeert over het transport. Op 21 september wordt het ouderlijke huis in Amsterdam leeggehaald. “Dat is alles wat ik over Sientje Abraham te weten ben gekomen”, besluit Guus Luyter.
Sientje Abram komt ter sprake in dit dikke 'In Memoriam', maar Guus Luyters schreef ook een apart boek over haar, 'Sterrenlied', een dialoog in dichtvorm tussen haar en de auteur. Tegelijk is dat boek ook een portret van haar buurt. Ook 'Sterrenlied' bevat een lijst met de namen van 331 vermoorde kinderen uit de Rapenburgerstraat in Amsterdam.
Kristien Bonneure
[In Memoriam. De gedeporteerde en vermoorde Joodse, Roma en Sinti kinderen 1942-1945 van Guus Luijters en Aline Pennewaard is uitgegeven bij Nieuw Amsterdam]. Tegelijk loopt in het Stadsarchief van Amsterdam een expo over de gedeporteerde kinderen. Nog tot 20 mei.