De voorgeschiedenis
De aftrap voor de sociaal-politiek geëngageerde Voorbijgangerreeks, waarin het bindmiddel een steeds terugkerende reiziger is die de als ‘eigentijdse sprookjes’ gepromote verhalen (in)direct beïnvloedt, vond in 1972 plaats in het beruchte Franse striptijdschrift Pilote met Jacques Tardi’s 'Gerommel in de Rouergue'. Dat album werd uiteindelijk niet opgenomen in de zogenaamde 'Voorbijgangersreeks', maar toonde wel hoezeer in die periode steeds vaker auteurs mochten afstappen van de platgetreden paden van de strip.
De uit ex-Joegoslavië afkomstige Enki Bilal is dan 21 jaar, maar hij mag zich rekenen tot de selecte tekenaarsgroep van Pilote, waarvoor hij een aantal korte verhalen maakt. Door zijn eigenzinnige tekentechniek en zijn roep naar even bijzondere, wat afwijkende verhalen, valt hij meteen op bij ene Pierre Christin, een man die naam maakt als politiek-sociaal geëngageerd scenarist die het niet nalaat om ook zwaarmoedige verhalen te schrijven. Niet lang na hun eerste ontmoeting beginnen beiden te werken aan 'Het dorpje dat ging vliegen', het eerste deel uit de befaamde Voorbijgangerreeks uit 1972, dat oorspronkelijk was geschreven voor Tardi. Het duo zet meteen de toon: hun strips zijn apart, zowel wat betreft grafiek als scenario. Concessies inzake traditie of publiek zijn voor hen irrelevant.
Sprookjesfiguur 50/22b
In de getekende proloog van dat verhaal wordt meteen duidelijk hoe de mysterieuze voorbijganger, oftewel sprookjesfiguur 50/22b, tot stand kwam. Bilal en Christin voeren zichzelf op als informanten op een geheime vergadering, waar 50/22b het enige agendapunt is. Bilal omschrijft hem daar als ‘een mysterieus wezen met een onmetelijke kracht (...) die het niet kan verkroppen dat de wereld naar de bliksem gaat’.
Vijf Voorbijgangeralbums zouden het daglicht zien, en telkens gaat het om verhalen die, gehuld in een soort eigentijds sprookje, in de eerst plaats maatschappijkritisch zijn. In 'Het dorpje dat ging vliegen' schiet een boerengehucht de lucht in na militaire proeven met gewichtsloosheid. In 'De onbestaanbare stad' tracht de weduwe van een rijke industrieel een modelstad te forceren. In 'Het schip van steen' verzet een oude magiër zich tegen de bouwplannen van projectontwikkelaars. Het zijn die drie verhalen,die verschenen tussen 1972 en 1977, die in de nieuwe bundeling van Casterman als één geheel worden uitgegeven. Of de twee volgende albums in die reeks ook samen zullen verschijnen is niet duidelijk, maar zeker is dat zij verschillen van de eerste drie albums door hun uitgesproken politieke rode draad.
In 'De falangisten van de zwarte orde' worden bejaarde fascistische terroristen bestreden door een even oude groep linkse oud-strijders, terwijl in het meest besproken en succesvolste 'De jacht' negen belangrijke internationale oud-communisten met elkaar afrekenen tijdens een georganiseerde jacht op een exclusief landgoed. Het was dat album dat meteen ook het einde betekende van de samenwerking tussen Bilal en Christin.
Grauwe sprookjes
'De jacht' (1992) was Bilals favoriete album. Niet alleen omdat het Oostblok erin centraal staat, maar ook omdat hij ermee zijn van stereotypen gevrijwaarde stijl ontwikkelt. De conventionele beweging of actie die zo typerend is voor strips, gebruikte Bilal zelden of nooit. Bilal zette een stijl neer die omschreven wordt als hyperrealistisch, met een overvloed aan details. Hij is beroemd om zijn kleurgebruik, dat de mistroostigheid en grimmigheid van zijn figuren, landschappen en verhalen accentueerde. Dat werd voor het eerst echt duidelijk in deze opvallende reeks. Alle verhalen zijn grauw en rauw, en laten droom en nachtmerrie, fantasie en werkelijkheid, symboliek en realiteit door elkaar lopen.
Nieuw kleedje
Casterman koos er jammer genoeg voor de drie voornoemde verhalen te bundelen als 'Hedendaagse legendes' en gaat daarmee voorbij aan de oorspronkelijke opzet waarbij de voorbijganger, hoe klein soms zijn inbreng soms ook is, een allesbepalende rol speelt.
'Hedendaagse legendes' is zondermeer mooi en respectvol uitgegeven, maar het is tevens een klassieke reeks die gesitueerd moet worden in zijn tijd en de nodige duiding moet geven. Zelfs het feit dat de uitgeverij het principe van de voorbijganger uit zijn titel alsook van de tekst op de achterflap haalt, stelt teleur. Hoewel, tekst op de achterflap? Er is helemaal geen sprake van enige tekst op de achterflap. Hoe kan je dan in godsnaam Bilal verkopen aan de de jeugdige lezers die hem ondertussen al een tijdje kennen via zijn bekendere, vreemde science fictionstrips. Het enige wat men nu gedaan heeft is Bilal een nieuwe cover te laten tekenen in zijn hedendaagse stijl, die uiteraard erg afwijkt van zijn tekentechnieken ten tijde van deze 'Voorbijga…', sorry, 'Hedendaagse Legendes'. En nu we het daar toch over hebben: 'Hedendaagse legendes' is een oubollige titel zoals er dertien in een dozijn zijn. Het klinkt allesbehalve sexy, en is commercieel noch geheimzinnig. Er zijn honderden verhalen die je zo kunt noemen, maar slechts enkele legendes zijn in de afgelopen decennia op zo'n bevreemdende wijze aan het witte vel toevertrouwd. Chapeau voor Christin en Bilal, maar beiden verdienden het om hun ideeëngoed vertaald te zien naar tenminste een achterflaptekst of inleiding. Deze verhalen hebben immers meer om het lijf dan de lezer op het eerste gezicht zal opmerken.
Geert De Weyer
[Hedendaagse legendes van Bilal en Christin is uitgegeven bij Casterman]


