Ed Franck heeft zijn sporen in het opfrissen van klassiekers voor een (jong) publiek van nu meer dan verdiend. In ‘Nachten vol angstaanjagende schoonheid’ gaat de rit die hij en Carll Cneut jaren geleden begonnen verder. Na de onfortuinlijke liefdesverhalen in ‘Hou van mij’ (2005), vier tragedies van Shakespeare in ‘Te veel verdriet voor één hart’ (2008) en verhalen uit de Decamerone in ‘Verboden liefdes’ (2010) zijn de gruwelverhalen van Edgar Allen Poe aan de beurt.
Het lijkt Francks missie om prachtige teksten uit een ver verleden terug te geven aan de doorsnee (jonge) lezer van vandaag. In zijn bewerkingen haalt hij – met veel respect en eerbied voor het origineel – het stof van klassieke literatuur die door de eeuwen heen haar aantrekkingskracht of vanzelfsprekendheid voor het grote publiek verloren heeft. ‘Nachten vol angstaanjagende schoonheid’ is net als zijn vorige bewerkingen ondergebracht in het volwassenenfonds van het Davidsfonds – al is het net zo goed geschikt voor jonge lezers die na de ‘Twilight’-hetze toe zijn aan een betekenisvolle stap vooruit.
Schrappen en splitsen
De verhalen van Poe zijn nog geen 200 jaar oud – peanuts vergeleken met het veel oudere werk van Shakespeare en Boccaccio. Uit het nawoord van Franck blijkt dat hij zich vooral beziggehouden heeft met versoberen en vereenvoudigen: te lange zinnen opsplitsen, te veel adjectieven schrappen, hoogdravende woorden en gevoelens inperken, wijdloperige verhalen inkorten… Keuzes die tegelijk een oordeel zijn, maar die bovenal resulteren in een verzameling gruwelverhalen die helemaal van vandaag is en die door zijn specifieke sfeer en taal toch verwijst naar duistere verleden tijden.
Met een fles wijn en een kat aan de voeten
‘Nachten vol angstaanjagende schoonheid’ telt klassieke gruwelverhalen zoals ‘De ondergang van het geslacht Usher’ en ‘De Zwarte Kat’, maar ook een paar van de detectiveverhalen die Poe schreef lang voor het genre uitgevonden werd en een stuk of wat zogenaamd komische verhalen die eigenlijk vooral sadistisch en bevreemdend zijn. Al bij al is dit een bundel om in één keer te lezen – bij voorkeur ’s nachts,eenheid in de variatie tevoorschijn en kruipen Poe’s duistere motieven diep in de ziel.
Dit zijn verhalen van krankzinnigheid en waanzin, waarin de realiteit loslaat als de zintuigen het overnemen. Verhalen van tragiek en destructie, met personages die ten onder gaan in het graf, in de maalstroom, in onwezenlijke folteringen. De personages vertellen opvallend plechtig, rustig en beheerst over hun ervaringen – “Ik verwacht niet dat de lezer de waanzinnige en toch simpele geschiedenis zal geloven die ik nu ga opschrijven” – zodat dit ten volle een boek van angstaanjagende schoonheid is.
Meesterillustrator Cneut
Boek
Dat geldt niet in het minst voor de illustraties van Carll Cneut, die ook de eerder genoemde bewerkingen van Ed Franck prachtig illustreerde. Bij elke nieuwe bundel zoekt hij de beste manier om de inhoud, de sfeer en de stijl van de verhalen in beelden te vatten – telkens met veel ruimte voor mysterie en interpretatie. Speelde hij in ‘Hou van mij’ nog volop met kleur, dan laat hij in deze Poe-bundel – net zoals de tekst dat doet – resoluut het licht uit.
Cneut trekt de verhalen de nacht in met illustraties in alle tinten (donker)blauw en zwart, waar bleke figuren of witte doodshoofden schril tegen afsteken. Het zijn echter niet de wandelende doden en niet de doodshoofden die angst en ontzetting inboezemen, maar de schimmen en schaduwen die pas opduiken als je ogen aan het donker gewend zijn. Met dank aan het papier, overigens: zonder de vlakheid van strakke, glanzende vellen krijgen deze matte prenten een extra diepte. En van daaruit klinkt de echo van de duisternis en van het onheil des te luider.
An Stessens
["Nachten vol angstaanjagende schoonheid" - Edgar Allen Poe, Ed Franck (bewerking), Carll Cneut (illustraties). Davidsfonds Uitgeverij]


