Waarom poseren?
Poseren voor een schilder, zo steekt Martin Gayford van wal, houdt zo ongeveer het midden tussen “transcendentale meditatie en een bezoek aan de kapper”. Waarom doet iemand zoiets? In het geval van Gayford speelt de bewondering voor en de vriendschap met Freud een grote rol.
Kunstkenner, -criticus en -auteur Martin Gayford kende de grote Britse naturalist al jaren voor hij, bijna kwansuis, suggereerde dat hij wil eens voor hem wilde “zitten”. En zo geschiedde. Met als beweegredenen: de bevestiging van zijn bestaan (poseren is goed voor je eigenwaarde) én vooral nieuwsgierigheid naar het wordingsproces van een doek.
Daar was wel geduld voor nodig, want Lucian Freud schilderde extreem traag. Voor het portret in olieverf ‘Man met blauwe sjaal’ en voor de ets ‘Portret van een hoofd’ duurde het poseren van eind november 2003 tot begin juli 2004. Met een paar pauzes, maar vaak toch verschillende keren per week, in een Londens atelier van Freud, des avonds en bij kunstlicht, met de luiken dicht.
Schilderen en praten
Martin Gayford beschrijft met alle finesses hoe Freud te werk ging, keek, met de handen mat, verf mengde, en dan toets per toets aanbracht. Of niet. Het gezicht begon met de wenkbrauwen, daarna volgde het voorhoofd. Na lange weken waren daar de ogen. De neus was als laatste aan de beurt. Freud werkte meteen erg gedetailleerd op één bepaalde zone, zodat de rest van het doek lang leeg bleef.
Lucian Freud, kleinzoon van Sigmund, was een grote observator; hij schilderde nagenoeg alleen levende modellen, binnenskamers dan nog. Maar we leren hem in dit boek ook kennen als een man van dialoog, die met Martin Gayford babbelt over andere kunstenaars, over eten en drinken, over paarden, maar ook over zijn societyfeestjes en over Kate Moss. Er is interactie, wisselwerking tussen schilder en model.
Wie is het portret?
Gayford zat urenlang onbeweeglijk. Het rechterbeen over het linker, niet andersom “want dat heeft invloed op het gewicht en de balans”. Het zette de auteur van dit boek aan het bespiegelen. Wat is een portret? Een afbeelding van het model, maar ook een uitdrukking van het karakter van de kunstenaar, en zelfs een beeld van een context of een tijdperk.
Freud vond de individualiteit, het unieke karakter van alles en iedereen primordiaal. Zijn portretten zijn intiem, emotioneel oprecht, authentiek en waar. En dus niet flatterend, denk aan Freuds blubberige dikke lijven met rimpelige penissen, of de gegroefde kop van koningin Elisabeth.
Sterfelijk
Ook Gayford moet lijdzaam toezien hoe een verzakte kinkwab werd vereeuwigd en helemaal hilarisch was zijn vrees dat Freud ook zijn oorharen zou schilderen. “Het leven onder ogen zien met alles wat erbij hoort, ook ouder worden en sterfelijkheid, dat is nu precies waar LF’s werk over gaat”. Aan ijdelheid heeft Freud een broertje dood; zijn verfkwast is vooral meedogenloos als het model overgevoelig is.
Veranderlijk
Tegelijk is daar de “paradox van de portretkunst”, met name dat het onderwerp altijd in beweging is, in fysiologische en psychologische zin. Stemmingen en energieniveaus verschillen van dag tot dag. Hoe “vang” je dat in een momentopname? Het heeft iets van het vastleggen van “een wolk of een golf”. Misschien wel om zelf nooit ouder te worden, zoals Dorian Gray. Ook het model stelt zich vragen: “Wat is het nu dat ik precies ‘mij’ noem”?
Filosofische kwesties wisselen in dit boek af met een pak informatie over Lucian Freud. Zijn jeugd, zijn voorliefdes, zijn vrienden, zijn inspiratiebronnen (van Gogh), zijn afkeren (da Vinci en Vermeer), de plotselinge wissel in stijl midden jaren vijftig, toen Freud meer uit de losse pols ging schilderen.
Concentratie
De cadans van dit boek is het tempo van de poseersessies, het gestaag vorderende portret, met op het eind een grote fysieke, maar vooral mentale krachtinspanning van het model maar zeker ook van Lucian Freud, die toen al de tachtig voorbij was, en altijd staande werkte. Tegelijk met dit portret schilderde hij trouwens nog aan twee, drie andere doeken, waarvoor andere mensen op andere tijdstippen naar zijn atelier kwamen.
“Het enige geheim waarop ik me zou kunnen laten voorstaan”, verklapt hij aan Gayford, “is concentratie. En dat is iets wat niemand je kan aanleren”.
‘Man met blauwe sjaal’ is een unieke, verbazende inkijk in het atelier van één van de grootste schilders van de twintigste eeuw. Tjokvol informatie, over het belang van een achtergrond, over soorten wit, over de inrichting van een atelier (“een nest”), over de ontelbare spieren in het gelaat. Heel onderhoudend geschreven en bovendien verlucht met prachtige foto's en reproducties van kunstwerken.
En de vele vragen en bedenkingen over identiteit zetten aan tot nadenken. In die zin gaat dit boek over veel meer dan over een schilderij-in-wording, maar over het leven zelf.
Alleen was het schrikken toen ik in het nawoord las dat ‘Man met blauwe sjaal’ geen eigendom van Martin Gayford is, maar ergens in een luxevilla in Californië hangt. De nieuwe eigenaars “hadden bezit genomen van mijn alter-ego”, schrijft Gayford, die zich wellicht geen Freud kan permitteren, zelfs al staat hij er zelf op.
Kristien Bonneure
[Man met blauwe sjaal van Martin Gayford is uitgegeven bij Walewein]
Meer over Lucian Freud in het Cobra-archief:


