Huid en Haar -Arnon Grunberg

wo 01/12/2010 - 13:51 De roman “Huid en haar” van Arnon Grunberg (1971) is een duizelingwekkende carrousel van zich faliekant ontwikkelende intermenselijke verhoudingen.

Boekenrecensies door Johan De Haes recensie fictie boek recensie arnon grunberg huid en haar johan de haes literatuur roman

Arnon Grunberg over Huid en Haar

In De Zondvloed zit Grunberg tegenover literair journalist Mark Schaevers die hem de kleren van het lijf vraagt. Wat er dan nog overblijft? Huid en haar natuurlijk.

Een studie van de bubbel

Niettemin is er in deze turf van vijfhonderd bladzijden één personage dat er uit springt. De 41-jarige Roland Oberstein is een econoom en één van de veertig vooraanstaande kenners van Adam Smith, zoals hij zelf tot vervelens toe herhaalt. De economische aspecten van genocide vormen een “provocerend” specialisme van hem, maar zijn levenswerk is een studie van de “bubbel”, de opbouw en ineenstorting van een grote economische illusie. “De bubbel is geen aberratie, maar een onvermijdelijkheid, zolang er mensen zijn zullen er bubbels zijn”. Schaarste en de wet van vraag en aanbod dat hiervan het gevolg is, zijn de toetsstenen van zijn wereldbeeld.

Een zwijgzame egoïst

Mensen vinden Oberstein koud en gortdroog, maar die rustige ongenaakbaarheid trekt ook vrouwen aan. Hij is een zwijgzame egoïst, een workaholic wiens “geluk gelegen is in zijn eigen onverstoorbaarheid”. Lesgeven doet hij zonder bevlogenheid maar met een noodzakelijk besef van theatraliteit en altijd “met een oog op de klok”. Als hij in de VS in betere omstandigheden kan gaan werken, verlaat hij zijn gezin in Amsterdam. Als zijn zoontje hem nodig heeft, keert hij later naar Nederland terug. Het wordt zijn ondergang, al is dat woord een relatief begrip voor hem. Ondertussen zet Barack Obama de laatste sprint in naar het presidentschap.

Complexe relaties

Roland Oberstein heeft een lief, de tassenontwerpster Violet, maar wordt verleid door Lea, die aan een boek over Auschwitz-commandant Höss werkt. Lea is getrouwd met een gladde New-Yorkse politicus die zijn familiewaarden rijmt met een stiekeme homoseksuele verhouding, waarbij hij een asielzoeker tot ontucht dwingt en chanteert. Violet daagt Roland wanhopig uit met haar opgebiechte ontrouw. Sylvie, de ex van Roland, heeft wat met een depressieve man die zijn bed niet meer uitkomt.

Arnon Grunberg tekent deze menselijke relaties, dit zoeken naar zingeving en genegenheid met een afstandelijke glimlach. De pathetiek sluimert maar wordt in moedwillige bathos gesmoord. De wanhoop moet er een met open ogen zijn, maar Roland Oberstein is niet zo immuun voor jaloezie als hij zelf wel denkt. De verhouding met een Leidse studente, niet meer dan het gevolg van een weddenschap buiten zijn weten om, wordt zijn ondergang. Maar zijn zwakheid is nog onschuldig vergeleken bij de corruptie van politici en academici.

Sinds W.F. Hermans heeft geen schrijver in dit taalgebied (misschien op de jonge Yves Petry na) de menselijke valkuilen en de wanhoop zo sterk uitgebeeld als Arnon Grunberg, al gebeurde dat vaak met een dekmantel van slapstick en humor. Het schrijnende en het belachelijke zijn bij hem vaak inwisselbaar.

Op zoek naar redding

Voor Hermans kon wetenschap en positivisme met hun kleine bereik het nihilisme nooit uit het sadistische universum uitbannen. Bij Grunberg is de individuele vrijheid slechts mogelijk vanuit een radicaal sceptische houding (“Je eigen overtuigingen zijn de vergissingen van de toekomst”). Vrijheid veronderstelt een niet aflatende strijd tegen elke illusie en elk geloof, maar de incarnatie van deze houding au-dessus de la mêlee in de econoom Roland Oberstein is alles behalve een panacee. “Hebben we leren leven zonder hoop?” Deze woorden zijn van Lea, de vrouw van de wanhopige en hypocriete slavenhouder en corrupte wijkburgemeester. Zij is op zoek naar de redding die Roland Oberstein noch iemand anders haar kan schenken.

“Huid en haar” is met vaart geschreven in zenuwachtige maar beheerste afwisseling van perspectieven. De dialogen zijn vinnig. Af en toe glijdt Grunberg als vanouds wel even uit in een flauwigheid, en het geheel is misschien wat lang, maar zijn economische kijk op deze mensen en hun emotionele en intellectuele huishouding is op zijn onnavolgbare wijze, tegelijk illusieloos en opgewekt. En zijn energie wordt er voorlopig geenszins door aangetast.

["Huid en Haar", Arnon Grunberg. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 2010]