De grote slachting - Jacques Tardi en Jean-Pierre Verney

vr 26/11/2010 - 18:56 De Franse stripauteur Jacques Tardi heeft één grote obsessie in zijn leven: de Eerste Wereldoorlog. Nu verscheen in het Nederlands "De grote slachting 1914-1918".

Geert De Weyer - Strip & Graphic Novel recensie graphic novel & strips jacques tardi jean-pierre verney de grote slachting 1914-1918 eerste wereldoorlog woi

Verhaaltjes van opa

De Franse grootmeester Jacques Tardi, bekend van ondermeer Isabelle Avondrood en de stripadaptaties van Leo Malets Nestor Burma-romans, heeft een grote constante (lees: obsessie) in zijn leven: de Eerste Wereldoorlog. Zijn grootvader zaliger is daar deels verantwoordelijk voor.

Als vijfjarige aanhoorde Tardi bij monde van zijn oma - want zijn grootvader weigerde erover te praten- diens uitermate gruwelijke verhalen uit de loopgraven. Tardi's oma wist ze zo levendig en gedetailleerd te vertellen, dat de kleine Tardi er zijn eerste nachtmerries aan overhield. Hij droomde complete gruwelverhalen waarin een glansrol was weggelegd voor zijn opa. Eén verhaal, waarin opa Tardi zonder het te weten een hele nacht met zijn handen in de buik van een dode had gelegen, sloeg de diepste psychische krater.

Later, als stripauteur, zag Tardi zijn kans schoon om de gruwelen van zich af te schrijven. Wie 's mans oeuvre kent zal opgemerkt hebben dat zowat al zijn verhalen zich afspelen tijdens of aan de vooravond van Wereldoorlog I. Dat is zo voor de Avondrood- en voor de Nestor Burma-verhalen.

Mensen zijn schapen

Maar met één album trachtte hij zijn obsessie definitief los te laten: Loopgravenoorlog 1914-1918, een boek waarvoor hij zich serieus documenteerde en zich liet omringen door specialisten. Alle gruwelen uit zijn jeugd werden er op een droge manier verbeeld, vergezeld van destijds geformuleerde oneliners van legeroversten als 'de mens is een schaap en het abattoir zijn bestemming', of passages uit zijn favoriete roman La Peur van Gabriel Chevalier 'Mensen zijn schapen. Dat maakt legers en oorlogen mogelijk. Ze sterven als slachtoffer van hun eigen stompzinnige volgzaamheid.'.

Het boek werd, geheel terecht, een klassieker en mocht als strip trots blinken naast menig historisch werk, roman of film over WOI. Helaas voor Tardi bleef het daar niet bij. De vele research wakkerde zijn obsessie over de loopgraven nog meer aan, en een vervolg werd snel aangekondigd. Vijftien jaar na Loopgravenoorlog 1914-1918 verschenen twee vervolgen, waarin hij zich liet bijstaan door zijn belangrijkste adviseur: de historicus Jean-Pierre Verney. Die twee delen zijn nu eindelijk naar het Nederlands vertaald, om terecht te komen in één album: De grote slachting 1914-1919.

Menselijk leed in kleur

Opnieuw hanteert Tardi een emotionele afstandelijkheid door met drie plaatjes per pagina de feiten tentoon te spreiden. Tekstballonnen noch hoofdrolspelers maken hier de dienst uit. Centraal staan drie platen per pagina, een hoop feiten en -opnieuw- citaten die je als lezer met verstomming slaan.

Menselijk leed staat voorop, en dit keer richt de auteur zijn pijlen ook op de grote rijke families die baat hadden bij deze oorlog en er nog rijker van werden. Nog een groot verschil met het eerste boek is dat De grote slachting in kleur werd getekend. Het eerste oorlogsjaar komt zo nu en dan nog de kleur groen voor, maar hoe langer de oorlog duurt, hoe vaker grijstinten domineren.


Van de 136 pagina's nam historicus Verney er dit keer bijna veertig voor zijn rekening, die hij gebruikt in een met oude foto's 'opgefleurd' achtergronddossier waarin hij de vijf jaren beschrijft die Tardi in dit boek verbeeldt. De grote slachting is opnieuw een krachtig, zelfs verbijsterend werk geworden over een sombere en bloederige Europese periode, over -dixit Tardi- 'kanonnenvlees' en hoe het te worden. Nooit eerder werd oorlogsgruwel in een strip zo machtig verbeeld.

Geert De Weyer

 

["De grote slachting 1914-1918" - Jacques Tardi en Jean-Pierre Verney. Casterman, 2010]