Gods filosofen - James Hannam Auteur: Geerdt Magiels

vr 29/10/2010 - 11:23 Geerdt Magiels Waren de middeleeuwen echt zo donker of is die reputatie onterecht? In "Gods filosofen" voegt James Hannam de nodige nuances toe.

recensie non-fictie james hannam gods filosofen wetenschap middeleeuwen geerdt magiels

Slechte naam

Voor de meesten onder ons zijn de Middeleeuwen: ridders en lijfeigenen, bloederige oorlogen en de pest, angst, armoede, gruwel en andere lichamelijke en spirituele kwellingen. We kennen ze als de"donkere tijden". Dat idee is door populaire boeken zoals Barbara Tuchmans De waanzinnige 14de eeuw alleen nog maar versterkt. De historische werkelijkheid is anders. De Cambridge historicus James Hannam levert in zijn Gods Filosofen dwingend materiaal om dat mythische verhaal te herzien.

De "Middeleeuwen" is een historisch constructie van de humanisten uit het Italië van de veertiende eeuw. Zij riepen met terugwerkende kracht de hele tussenperiode tussen de val van het Romeinse Rijk en hun eigen glorieuze "Renaissance" uit tot een duistere overgangsperiode. Een tijd van intellectuele stagnatie waarin de cultuur van een ver klassiek Grieks-Romeins verleden grotendeels vergeten was.

Tot op de dag van vandaag blijven de Middeleeuwen een slechte naam houden: de Talibaan in Afghanistan worden ook afgeschilderd als mensen die terug willen naar dat soort duistere tijden. Hannam maakt duidelijk dat die kennisstilstand een mythe is. Hij gaat zelfs nog verder: de bronnen van de moderne wetenschap en technologie zijn in die tijd te vinden.

Het begin van de wetenschap

Tussen 500 en 1500 werden het kompas, de mechanische klok, de windmolen, de hoogoven, het papier, het buskruit, de bril, de stijgbeugel en de drukkunst ontwikkeld. De hele antieke wereld heeft nooit iets dergelijks opgeleverd, en de gevolgen waren groot. Dankzij het kompas konden nieuwe werelden ontdekt worden, dankzij de boekdrukkunst werden miljoenen boeken geproduceerd waarbij de antieke tekstproductie in het niet viel. Het ging niet alleen om technische tuigen en instrumenten, ook het denken werd op nieuwe sporen gezet. De universiteiten werden in de twaalfde eeuw opgericht, waar de academische vrijheid werd beschermd tegen de bemoeizucht van de vorst. Wetenschap in de hedendaagse zin van het woord bestond weliswaar nog niet, men sprak wel van de "scientia", de kennis, en die omvatte alle intellectuele disciplines met inbegrip van staatkunde, theologie en filosofie.

Een intellectuele doorbraak was dat men in de Middeleeuwen de natuur als afzonderlijk onderwerp begon te bestuderen. Hannam laat zien hoe cruciaal deze 'natuurfilosofie' was. Men kon de natuur gaan bestuderen zonder de godsdienst in de weg te zitten. De natuur was het boek dat door God geschreven was en door het te bestuderen en begrijpen, bewees men Hem eer. Hannam toont bovendien aan dat, in weerwil van wat dikwijls beweerd werd, de Kerk niet zo anti-wetenschap was. Veel van de onderzoekers en kritische geesten in zijn boek waren kerkfiguren. De Kerk liet toe en moedigde soms aan dat men op zoek ging naar manieren om de natuurwetten te begrijpen en dat leidde tot een dynamisch duo dat vandaag nog steeds de dienst uitmaakt in de wetenschap: empirische experimenten en op wiskunde gebouwde theorieën.

Indrukwekkende vooruitgang

Hannam benadrukt dat we deze periode ondanks dat alles niet mogen romantiseren. We mogen heel dankbaar zijn dat we toen niet leefden. Maar het harde leven van toen maakt de vooruitgang die men boekte alleen maar indrukwekkender. Hannam brengt een sterk geconcentreerde versie van zeshonderd jaar geschiedenis in een erudiet, levendig en genuanceerd verhaal.

De geschiedenis is nergens eenduidig of rechtlijnig en dat blijkt ook hier. Hannam heeft soms grote sprongen in de tijd nodig om de eindjes aan elkaar geknoopt te krijgen. Daarbij passeren talloze levensverhalen van briljante, nieuwsgierige en eigenwijze natuurfilosofen de revue die het denken en de rede bevorderden.

Het is tegelijkertijd ook een geschiedenis van de bronnen van de moderne wetenschap, vanwaar onze kennis stelselmatig is vooruit gegaan. Die vooruitgang is alleen mogelijk door vragen te stellen, en niet, zoals een arts uit Parijs in 1500 nog zei, door bovenal geloof te hechten aan de gecanoniseerde teksten, ook al zijn die strijdig met wat we met onze eigen ogen zien.


Geerdt Magiels

 

["Gods filosofen. Hoe in de middeleeuwen de basis werd gelegd van de moderne wetenschap" - James Hannam. Nieuw Amsterdam, 2010]