Lewis Carroll. Met 4 3/4 kus. Brieven aan kinderen maar niet alleen Auteur: Johan De Haes

wo 14/12/2011 - 17:30 Lewis Carroll, wereldvermaard schrijver van "Alice in Wonderland", was ook een verwoed fotograaf en liefhebber van jonge meisjes. Zelfs in die mate dat het vandaag wenkbrauwen doet fronsen. "Met 4 3/4 kus" is een selectie van zijn mooiste brieven en foto's.

non-fictie Boekenrecensies door Johan De Haes recensie non-fictie lewis carroll charles dodgson met 3/4 kus brieven aan meisjes maar niet alleen nicolaas matsier alice in wonderland johan de haes

Lewis Carroll heette in werkelijkheid Charles Dodgson (1832-1898). Hij was de achterkleinzoon van een bisschop, de kleinzoon van een zeevarende oorlogsheld en de zoon van een Anglicaanse priester. Charles liep school in Rugby. De stotterende jongen viel er omwille van zijn wiskundig talent onmiddellijk op. In Oxford moest hij niet lang wachten op een levenslange studiebeurs. Het garandeerde zijn financiële onafhankelijkheid, op voorwaarde dat hij niet zou trouwen. Dat heeft hij ook nooit gedaan. De tweede voorwaarde was een wijding tot priester, waar hij niets voor voelde. Verrassend genoeg heeft deze weigering geen gevolgen gehad. Charles is in Oxford zijn leven lang, weliswaar zonder veel enthousiasme, wiskunde blijven doceren.

Alice en de fotograaf

In 1855 kreeg Christ College een nieuwe dean. En niet de eerste de beste. Henry Liddell was de maker van een internationaal befaamd Grieks woordenboek. Maar hij was vooral de vader van Alice Pleasance Liddell, het meisje dat model zou staan voor “Alice in Wonderland”.

Charles Dodgson raakte al vroeg gepassioneerd door de nieuwe fotografie. In maart 1856 kocht hij zijn eerste camera. Hij is, behalve de auteur van “Alice in Wonderland” ook de grootste kinderfotograaf van de 19de eeuw. Midden in Met 4 ¾ kus. Brieven aan kinderen maar niet alleen”- door Nicolaas Matsier geselecteerde en vertaalde brieven van Lewis Caroll - staat een reeks door hem gemaakte portretten als illustratie bij de brieven die hij aan deze kinderen geschreven heeft. Charles L. Dodgson - hij signeerde altijd met zijn eigen naam – schreef meer dan 98 000 brieven, waarvan er vierduizend bewaard zijn gebleven. Hij besteedde er veel tijd en zorg aan. De correspondentie nam een groot deel van zijn tijd in beslag en, al waren de brieven niet voor publicatie bedoeld, ze maken door de toon en de gebruikte technieken deel uit van zijn werk.

De kunst van het briefschrijven

Een brief van Lewis Carroll bouwt vaak tot in het absurde op wat letterlijks voort of houdt een woordspeling eindeloos aan. Zo schrijft hij aan een veertienjarige: “Je schrijft: ‘het is zo fijn om u te hebben’; alleen, mijn lieve kind, moet je niet over mij spreken alsof ik de mazelen was”. Elders in een prachtige, lange brief aan een kind dat met “1000 groetjes en 250 zoenen” afscheid nam, breidt hij een absurd verhaal over 1000 handschoenen en 250 poesjes.

Ook de vorm wisselt voortdurend: van gewoon lineair tot achterstevoren, een brief bestaande uit louter post scripta, “feeënbriefjes” (in miniatuur) en brieven doorspekt met tekeningen en doedels. Aanvankelijk schrik je van de ruwe en vaak wrede, bestraffende toon van sommige brieven (overdrijven voorkomt misverstanden legt hijzelf in een handleiding voor de briefschrijver uit). “Lelijke meid” noemt hij een jonge correspondente die wat later tien miljoen kussen toegestuurd krijgt. (Een beetje) boos was hij als er geen antwoord op zijn brieven volgde of als het kind nukkig deed. Een kind bloeide voor hem pas open als hij alleen met haar was, zonder zussen of moeders erbij, liefst een hele dag in de badstad Eastbourne, waar hij vaak verbleef. Het mag niemand verbazen dat hij in brieven aan de moeders soms heel tactvol en voorzichtig te werk moet gaan.
 

"Child-friends"

De meisjes (nooit jongens) die hij zijn child-friends noemde (bewust onvertaald gelaten door Matsier) zijn meestal tussen zes en twaalf jaar, maar vaak ook ouder. “Nu jullie al zo oud zijn” vertelt hij aan een achttienjarige. En aan een oude bekende die inmiddels 28 is, schrijft hij: “Dat welke vriendschap dan ook het overleefd zou hebben door al die jaren heen is iets prachtigs; en of die bestand zou zijn tegen de schok van een nieuwe ontmoeting, of onze karakters inmiddels niet hopeloos botsend zijn geworden, is een open vraag.” Aan de vijftienjarige (!) Winifred Stevens schrijft hij te vrezen voor een volgende ontmoeting, over één jaar: “Tegen die tijd, ben ik bang, zal de Tijd begonnen zijn ‘rimpels op jouw azuren blauw’ te schrijven”. Zelf berekende hij dat hij slechts met tien procent van zijn child friends nog lang daarna contact bleef houden.


Blijft de eeuwige vraag of Charles Dodgson een (ongetwijfeld kuise) pedofiel was? Deze kindervriend viel wel op, maar in al die jaren kwamen er geen beschuldigingen of klachten van de ouders of van de tientallen volwassen geworden meisjes. Sommige ouders hielden de boot af, maar de meesten vertrouwden hem hun kinderen toe. En bij de fotosessies waren altijd volwassenen aanwezig. Het fotograferen van naakte kinderen was ook niet ongewoon in de 19de eeuw. En meisjes, zo blijkt uit deze brieven, waren zeker “kusbaar” tot hun twaalfde. Daarna moest je oppassen. De verkoeling met de familie Liddell zou er gekomen zijn, toen men Dodgson ervan verdacht dat hij een oudere, huwbare zus van Alice op het oog had.

Het gedroomde kind

Wat zag Dodgson in deze jonge meisjes? Ongetwijfeld schoonheid, al kon storend zelfbewustzijn in zijn ogen de aantrekkelijkheid van het mooiste kind aantasten. Maar vooral het spontane, de onbelemmerde verbeelding van een kind, trok hem aan. “Van alles wat voor mij gemaakt is door een kind hou ik veel en veel meer dan van gekochte cadeaus,” schreef hij. Twee jaar voor zijn dood bekende hij aan de moeder van een vriendinnetje: “Mijn leven nadert zijn einde en ik heb heel weinig tijd om te wijden aan de zoete troost van meisjesgezelschap.”

De brieven van Lewis Carroll zijn levendige en originele, allerminst kinderachtige lectuur. Ik citeer nog graag uit de prachtige brief aan de twaalfjarige Gertrude Chataway:

“Wanneer een klein meisje hoopt een pruim van een schaal te pakken en merkt dat ze die ene niet kan krijgen, omdat die rot of onrijp is, wat doet ze dan? Spijt haar dat, is zij teleurgesteld? Helemaal niet! In plaats daarvan neemt ze gewoon een andere, en glimlacht van het ene kleine oor tot het andere terwijl ze hem naar haar lippen brengt! Dit is een verhaaltje om van op te knappen; het kleine meisje, dat ben jij – de rotte pruim, dat ben ik – de andere pruim, dat is een andere vriend – en de rest, over het kleine meisje dat pruimen naar haar lippen brengt, dat is – nou ja, dat is – maar weet je, je kunt niet verwachten dat elk stukje van een verhaaltje iets betekent! En het kleine glimlachende meisje, dat staat voor dat lieve lachje van jou dat van het puntje van het ene oor tot het puntje van het andere reikt.”

Johan De Haes

 

["Lewis Carroll, Met 4 ¾ kus. Brieven aan kinderen maar niet alleen." Gekozen en vertaald door Nicolaas Matsier, De Bezige Bij, 2011]
 





Boekenblogs

de Reactor
The London Review of Books
The Guardian boeken
Vertel Eens

Literatuur agenda

cobra.be on Facebook