Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? - Jeanette Winterson Auteur: Johan De Haes

wo 30/11/2011 - 16:08 Johan De Haes In "Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn" gaat Jeanette Winterson terug naar haar grauwe kinderjaren in een streng gelovig arbeidersmilieu. Boeken waren er 'des duivels'.

Boekenrecensies door Johan De Haes fictie jeanette winterson waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn sinaasappels zijn niet de enige vruchten

Ik hou van de felheid van Jeanette Winterson (°1959), van haar ernst en haar verschrikkelijke humor, van de onverzettelijkheid waarmee zij sinds haar ophefmakende debuut “Oranges Are Not The Only Fruit” (1985) de literatuur verdedigt. Literatuur is voor haar geen behaagzieke luxe of lui entertainment. Voor deze mishandelde arbeidersdochter uit Lancashire waren de romans die zij verslond de enige mogelijkheid om niet ten onder te gaan. “Een weg naar buiten”, “een tegenverhaal” zijn gebruikte omschrijvingen voor de teksten waaraan zij eerst al lezend dan al schrijvend verslaafd raakte.

Het boek van de terugkeer

“Sinaasappels Zijn Niet De Enige Vruchten” was een verrassend en controversieel debuut en de geslaagde verfilming door de BBC was dat nog meer. Het is het verhaal van “Jeanette” en haar door godsdienst bezeten moeder, die haar kort na de geboorte heeft geadopteerd. Was het een autobiografische roman? “Helemaal niet en ja, natuurlijk” schreef ze later in de inleiding tot een nieuwe druk. Jeanette Winterson gelooft in tussenvormen en open structuren, in de vermenging van feit en fictie. In haar debuutroman heeft ze sprookjes en verbeeldingen tussen haar harde en grauwe levensverhaal geschoven. Maar het verhaal was niet af en kan het ook nooit zijn. In “Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn” (2011) keert ze terug naar haar jeugdjaren waarvan de herinnering haar op de rand van de psychose heeft gebracht. Het verhaal is nog gruwelijker, maar, met verloop van tijd, ook met meer begrip geschreven.

De boze moeder

“Als mijn moeder boos op me was, wat vaak gebeurde, zei ze: ‘De duivel heeft ons naar het verkeerde wiegje geleid’ ”. Zo luidt de eerste zin van het nieuwe boek. Toen haar eerste boek verschenen was, stuurde mevrouw Winterson (de naam die Jeanette voor haar adoptiemoeder gebruikt) een briefje waarin stond “Je bent het kind van de duivel. Liefs. Moeder”. Mevrouw Winterson was een verbitterde vrouw. Zij was de “flamboyant depressieve” dochter van een rokkenjager, die onder haar stand met een fabrieksarbeider was getrouwd. Ze bewaarde een revolver in een stofdoekenla en bezat één mat gebit voor alledag en één van parelmoer voor zondags gebruik. Zij was lid van een Pinkergemeente in Accrington, een industriestadje bij Manchester. Christelijk missioneringswerk in Afrika was haar obsessie. Het arbeidershuisje hing vol met repen papier waarop ze bijbelse spreuken had geschreven. Jeanette mocht al preken en bekeren op haar twaalfde en haar krachtige, retorische stijl heeft daar ongetwijfeld veel aan te danken. Ook schrijft ze dat bijbelstudie de onontwikkelde hersenen van de discussiërende fabrieksarbeiders liet werken en hen waardigheid schonk. “Geld, vrije tijd en sociale vooruitgang zijn gewoon niet genoeg.”

Verbannen en bevrijd

Lezen was zonde ten huize Winterson. Naast de Bijbel was er slechts plaats voor detectives. Toen onder de matras van Jeanette een tapijt van keurig gerangschikte literaire pockets werd ontdekt, volgde een boekverbranding in de tuin. Lezen gebeurde vaak op het kille buitentoilet. Het leven van het echtpaar was zo geregeld dat mevrouw Winterson de hele nacht las of taarten bakte om maar niet met haar man het bed te moeten delen. Seks was des duivels, de homoseksuele variant was dat in overtreffende trap. Toen Jeanette met een vriendinnetje in bed werd betrapt volgde een openbare veroordeling in de kerk, gevolgd door opsluiting en een duiveluitdrijving. Niet lang daarna verliet Jeanette Winterson het ouderlijke huis om ijs te verkopen en lijken in een funerarium te schminken. Uiteindelijk kreeg ze door haar leeswoede en ongelooflijke geheugen voor literatuur de kans om in Oxford letteren te studeren.

Twee moeders, twee levens

“Waarom gelukkig zijn als je ook normaal kunt zijn” is wat mevrouw Winterson haar dochter toevertrouwde toen ze merkte dat verzet tegen haar lesbische geaardheid niet hielp. Het boek is geen lineaire of zelfgenoegzame autobiografie. Winterson slaat een periode van vijfentwintig jaar over en hervat het verhaal bij de dood van haar vader, die hier zichtbaarder is dan in het romandebuut. De ontdekking van haar adoptiepapieren vormt de aanleiding tot een terugval in depressie en brengt haar aan de rand van de waanzin. Met de hulp van haar partner en van literaire vrienden als Ruth Rendell komt ze uiteindelijk haar echte moeder en een halfbroer op het spoor. Er volgt een ontmoeting die haar loutert maar niet verandert. De hereniging roept vooral vragen op en doet Jeanette Winterson beseffen dat een genadiger leven haar bijna zeker gelukkiger had gemaakt, maar ook anders, minder woedend, minder verslingerd aan woorden en verhalen.
 

Geen emo-show

Het ongelukkige meisje dat zich met ongewone hardnekkigheid aan haar milieu onttrok, dankt haar schrijverschap aan haar koppigheid en woede, haar angst voor verlies, haar vrees om liefde te ontvangen en dan bedrogen te worden, en haar verbeten wil om zich niet te laten kisten. Ze voelt dit aan als een kruis en een zegen, maar wil zichzelf niet verliezen, zich niet aan deze dubbelzinnigheid onttrekken en zo haar schrijverschap op het spel zetten. Gevoelens, nooit van gedachten te scheiden, zijn voor Jeanette Winterson niet enkelvoudig, vaak halfbewust en ambivalent. Heeft zij als eigenzinnige socialiste niet ooit voor de felle en individualistische Margaret Thatcher gestemd?Voor haar geen tranerig weerzien met de “goede” moeder als in een emo-show. Leven en schrijven blijven ook voor de nu 52-jarige Jeanette Winterson een onbeslist gevecht.. De laatste zin zegt het klaar en duidelijk: “Ik heb geen idee wat hierna gebeurt”.

 

Johan De Haes


["Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?" - Jeanette Winterson. Uitgeverij Contact, 2011]