Eergisteren overleed de Amerikaanse schrijver J.D. Salinger. Hij werd 91. Zijn bekendste werk is het (destijds nog in Humo in afleveringen gepubliceerde!) “The Catcher in the rye” of “De vanger in het koren” uit 1951. Daarin maakt de lezer kennis met de onvergetelijke Holden Caulfield, een van school gegooide adolescent die niets moet weten van de “phoney” wereld van de volwassenen, een jongen die zich afvraagt wat er met de eenden moet gebeuren als het vijveroppervlak bevroren is. Zijn bittere toontje en brute eerlijkheid maakten van hem een baanbrekend literair personage.
Na "The Catcher" volgden nog twee verhalenbundels over de familie Glass, "Franny and Zooey” en "Raise High the Roof Beam”, en de kortverhalenbundel "Nine Stories".
Zijn beperkte oeuvre is omgekeerd evenredig met zijn blijvende populariteit. Niet dat Salinger die ooit heeft uitgebuit: zijn mediaschuwheid was wijd en zijd bekend. Hij liet zijn fan mail verbranden, wou zijn foto nergens zien en vluchtte in 1953 weg uit de stad. Maar zijn pogingen om vooral geen beroemdheid te worden, leverden weinig op. Hoe minder vaak hij naar buiten kwam, hoe groter het mysterie rond zijn persoon werd.
Meer dan vijftig jaar later spreekt het werk van Salinger nog altijd voor zich. Vorig jaar werd zijn werk uitgebracht in een nieuwe Nederlandse vertaling bij De Bezige Bij. Reden genoeg voor Ruth Joos om er een specialist bij te halen: Professor Engelse literatuur Bart Eeckhaut.









