Laatst was ik in het Rubenshuis. Ik stond me te vergapen aan het goudbehang toen de suppoost aan de praat geraakte met een jong gezin. Het was een keurig gezin en ze waren op vakantie in Antwerpen. Het was me niet helemaal duidelijk of ze naar het Rubenshuis kwamen omdat ze geïnteresseerd waren in de heer des huizes, of omdat het buiten pijpenstelen regende. Hoe dan ook, al gauw bleek dat de kinderen het verhaal van Adam en Eva niet kenden. Ik – product van het katholieke platteland – hield me ternauwernood staande aan het kostbare behang. Want waar begint een mens in een museum, laat staan in een wereld, vol schilderijen van weleer zonder de verhalen van weleer?
Wel.
Bij 'Stil leven' van Ted van Lieshout bijvoorbeeld.
Uw persoonlijke gids
Ted van Lieshout is veelbekroond dichter, auteur en illustrator en doet op dit moment in Nederland stof opwaaien met zijn roman 'Mijn meneer' (Querido). Daarin vertelt hij – in fictie weliswaar – over de relatie die hij als jongen had met een volwassen man, achteraf beschouwd een pedofiel. Stil leven toont een heel andere kant van Ted van Lieshout, namelijk die van de bevlogen kunstkijker en –kenner. Het boek begint zo: “In een museum loop ik altijd stilletjes rond. Ik ben namelijk in mijn eentje de jury die het lievelingsschilderij gaat kiezen.”
In amper 60 pagina’s wandelt Ted van Lieshout met je door het museum van de Westerse kunst. Hij is je persoonlijke gids. Hij begint 15 000 jaar voor Christus in de grot van Lascaux en gaat door tot het einde van de 20ste eeuw. Helemaal chronologisch is de tocht trouwens niet: het boek zet telkens twee kunstwerken naast elkaar die elkaar ergens, op de één of andere manier en al dan niet over de eeuwen heen, raken. Omdat ze allebei een stier tonen, omdat ze uit mozaïekjes gemaakt zijn, omdat ze hetzelfde verhaal anders afbeelden. Soms vallen de overeenkomsten op, soms zijn ze subtiel. Je gaat er in elk geval anders van kijken.
Wie? Wat? Waarom?
In behoorlijk korte teksten weet Ted van Lieshout een heleboel informatie te geven: hoe de kunstwerken tot stand gekomen zijn, wat ze betekenen, wie er waarom op staat. Hij toont hoe perspectief werkt, hij vertelt het verhaal van Judith en Holofernes, hij ziet in Holbeins vrouw “een échte moeder met zorgen”. Je moet geen voorkennis hebben om deze kunst te begrijpen. Je hoeft niets te weten over Adam en Eva en een slang en een appel en wat nog allemaal. Al die dingen vertelt hij je wel – en dan nog op een heldere, accurate, geestige manier ook. Bij 'De roof van de dochters van Leucippus' van Rubens (nu we toch in het Rubenshuis waren) zegt hij bijvoorbeeld:
“Als Rubens zijn schilderij had genoemd: Twee kerels die twee blote meiden te pakken nemen, dan was hij in problemen gekomen. Door in de titel te verwijzen naar een oud en waardig verhaal, kon hij tóch twee kerels schilderen die twee blote meiden te pakken nemen. Hij schilderde er voor alle zekerheid ook een klein engeltje bij. Zo kon iedereen zien dat het om een verháál ging.”
Niet alleen voor kinderen
Ted van Lieshout noemt man en paard. Hij vindt de schilderijen in zijn museum mooi of lelijk of allebei: “Het mooiste mooi is namelijk zelden van mooiigheid, maar bijna altijd van lelijkheid.” En soms weet hij het zelf gewoon beter: “Ook vind ik dat het oude mannetje op Potters doek weg had gemoeten.” Te kort door de bocht? Ach – laat ons gewoon lekker door de scherpe bochten van de kunstgeschiedenis scheuren. Daar gaat je bloed flink van stromen. En zoveel enthousiasme werkt ook gewoon aanstekelijk. Voor je het weet, begin je aan je eigen jurywerk. Met zijn eerlijkheid en zijn openheid, nodigt deze gids uit om zelf te kijken, nog eens te kijken, terug te wandelen (of te bladeren), iets te interpreteren, iets ongelooflijk mooi te vinden – of net niet.
Hierdoor is 'Stil leven' meer dan een inleiding in de Westerse kunstgeschiedenis voor kinderen vanaf een jaar of 11. Het is evenzeer een handleiding voor mensen zoals ik, al lang geen 11 meer, mensen die graag naar schilderijen kijken maar niet goed weten wáár ze naar moeten kijken. Mensen die musea wel fijn vinden, als ze maar niet te veel verdiepingen moeten doen. Die door tentoonstellingen hollen zonder de lange flappen droge tekst te lezen, wegens te lang en te droog.
An Stessens
['Stil leven: door de Westerse kunstgeschiedenis in 26 stappen' - Ted Van Lieshout. Gottmer, 2011]


